Vrijdag 22-10-2004

Onze burgemeester

In de Telegraaf lees ik dat de Heer Abou Jahjah overweegt om België te verlaten, al denkt 'ie misschien wel vijf jaar nodig te hebben om zijn opvolger bij de AEL in te werken. Abou is verbitterd; hij kreeg maar 1400 stemmen bij de laatste verkiezingen en acht het Vlaamse volk beneden zijn waardigheid.
Abou Jahjah: "God is niet vrijgevig voor Vlaanderen geweest toen hij het verstand uitdeelde. Het is altijd een racistisch volk geweest." Dat vond ik mooi gezegd, zoals het ook heel instructief was om te lezen dat meneer elke dode Amerikaanse soldaat als 'een overwinning' beschouwt. Als pooier van de Profeet kan men niet hoog genoeg mikken.
Je zou zeggen, een religieuze fascist die de Islamitische wet wil invoeren – met alle gevolgen van dien voor ongelovigen, joden, homo's, vrouwen en afvalligen - is niet iemand met wie je de moeite neemt om in debat te gaan. Ik herinner me nog heel goed hoe Abou zich liet ontvallen dat de ketterse Ayaan Hirsi Ali moest worden 'opgesloten'.
Niet duidelijk was of deze schoenenpoetser van Allah bedoelde dat Mevrouw moest worden opgesloten in het gesticht of achter tralies, maar ik denk niet dat ze nog lang zou rondlopen als de hoge heerlijkheid van de sharia hier werd ingevoerd.
Iemand die wel denkt dat meneer Jahjah het beste met ons voorheeft, is de burgemeester van Amsterdam, die in het openbaar met hem van gedachten wisselde en als beloning na afloop te horen kreeg: "Eindelijk een politicus die mij begrijpt!" Een prachtig compliment waar Cohen vast heel trots op is geweest. Als ritselaar met ambitie doe je er nu eenmaal alles aan om - ik citeer - 'de boel
bij elkaar te houden.' Het is dan ook jammer voor Cohen dat het uitgerekend weer Marokkaanse jongens waren die een autochtoon stel de buurt uitpestten. Dat gebeurt overal in Amsterdam, maar omdat de Volkskrant er nu aandacht aan besteedde werd de kwestie politiek.
De Amsterdamse politie heeft geen interesse om autochtonen die bedreigd worden door een steeds agressiever wordende minderheid, te hulp te komen. En Cohen al helemaal niet. Toen de geestverwanten van meneer Jahjah bijna drieduizend Amerikanen om zeep hielpen in het WTC, was de eerste gang van onze burgemeester naar de moskee. Op scholen, in moskeeën, overal in Amsterdam werd feest gevierd om deze prachtige overwinning op Satan. Cohen kroop dan ook voor de gelovigen en betoogde: "Jullie horen bij ons!", in plaats van te vragen: "Wat doen jullie
eigenlijk hier?" Cohen gedraagt zich als een burgemeester in oorlogstijd en dat bedoel ik niet als compliment. Zijn aanwezigheid demoraliseert de stad en zet groepen tegen elkaar op.
Volgens de grote denker Frits Abrahams (NRC-Handelsblad) is Cohen 'een democraat in hart en nieren.' Ik vermoed dat onze burgemeester een doortrapte cynicus is - geen slechte eigenschap voor iemand die premier wil worden -, en een rasopportunist bovendien. En ik vraag me af hoe lang autochtonen nog welkom zijn in Amsterdam.

Theo van Gogh

Theo van Gogh schrijft ook voor 

theo@theovangogh.nl

Abonneer U op
De Gezonde Roker nieuwsbrief

Inhoud | D.C.Lama | U Schreef| Archief | Service