Al een brief van Ruijs gehad?
 

Gouda, 15 oktober 2004

Aan de Commissie Disciplinaire Rechtspraak
t.a.v. Mr. G.J. Kemper
p.a. Hocker Rueb & Doeleman Advocaten
Postbus 74654
1070 BR Amsterdam

Geachte heer Kemper,

Als media-advocaat weet u als geen ander dat de berichten die niet de krant of eindredactie halen vaak het interessants of het meest onthullend zijn. Als lid van een selectiecommissie die uitmaakt welke advocatenklachten wel en niet voor publicatie in aanmerking komen, bepaalt u dus in belangrijke mate het inzicht in het doen en laten van advocaten en de manier waarop de eigen tuchtrechtcolleges daarop reageren. Ik heb ooit eens uw advies ingeroepen inzake mijn boek Wij zien u wel in de rechtszaal met als ondertitel klassenjustitie in Nederland? en in die zin "kennen" we elkaar en weet u dat ik het doen en laten van advocaten, notarissen en rechters volg.

Met belangstelling en verbazing nam ik daarom kennis van een door uw commissie gepubliceerde uitspraak van de Raad van Discipline in het Advocatenblad van 1 okt. jl. op blz. 665.
Verbazing omdat uw commissie het vanzelfsprekende blijkbaar nog eens aan uw collega's moest bevestigen. De klacht tegen ene mr. X werd namelijk gegrond bevonden omdat hij zich in een lopende procedure terugtrok voordat zijn klant een opvolgend advocaat en procureur had gevonden. Alsof chirurgen in hun vakblad nog eens te lezen krijgen dat ze een openliggende patiënt eerst moeten dichtmaken voordat ze op vakantie gaan.
Als de wetgever je namelijk verplicht opzadelt met de niet gewilde en dure dienstverlening van een advocaat mag je verwachten - nee zelfs eisen - dat deze je op een kritiek moment niet wegloopt of je op straat zet. Maar blijkbaar schreef oud-deken de Waard in 1995 niet voor niets dat het laatste restje integriteit binnen uw beroepsgroep overboord was gezet, want de klacht tegen mr. X werd weliswaar gegrond bevonden maar vanwege "de geringe zwaarte van het verwijt" niet bestraft . D.w.z. hij kreeg geen berisping (oei!).
Als je eigen advocaat, al dan niet op verzoek van (de advocaat van) de wederpartij dus stelt of verzint dat de vertrouwensbasis is komen te vervallen, dan kan hij/zij je dus gewoon straffeloos dumpen. Als daardoor de zaak in het honderd loopt en definitief gunstig uitpakt voor de tegenpartij is dat vooral prettig voor de tegenpartij. Jammer van je tienduizenden euro's die je voor niets betaald hebt, want vindt maar eens een andere advocaat die dat voor je terug haalt in weer een nieuwe, onbetaalbare procedure die ieder moment eenzijdig beëindigd kan worden. Maar
……inderdaad, je kan een klacht indienen en dan krijg je misschien nog gelijk ook en publiceert uw commissie dat nog in het Advocatenblad ook. Lekker anoniem natuurlijk zodat de amice er geen nadeel van ondervindt en het volgende slachtoffer zich weer in alle onwetendheid bij hem/haar meldt.

Maar als een advocate van het "prestigieuze" kantoor van de landsadvocaat Pels Rijcken Drooglever Fortuijn (PRDF), mr. C.C. Jongens zoiets flikt, werkt het natuurlijk allemaal anders, nietwaar mijnheer Kemper?
Mr. Jongens van PRDF schreef haar cliënte – na overleg met haar kantoorgenoot mr. de Vries- in een cruciale fase van een hoger beroepsprocedure dat de noodzakelijk vertrouwensbasis ontbrak en dat haar cliënte maar een andere advocaat moest zoeken van een ander kantoor. Omdat ze op toevoegingsbasis procedeerde, diende ze op grond van de Wrb (wet rechtsbijstand) haar opzegging ter toetsing voor te leggen aan de Raad voor Rechtsbijstand, maar dat deed mevrouw dus niet. Bij PRDF maken ze zelf wel uit welke wet ze serieus nemen en welke niet. De gedupeerde moest van de deken – toevallig dezelfde mr. de Vries- dan ook maandenlang zelf een nieuwe advocaat zoeken. Ruim 20 Haagse advocaten spraken er schande van dat ze zo op straat was gezet maar ruim 20 advocaten wilden noch durfden de zaak over te nemen. Tenslotte speelt mijnheer de Vries en veel van zijn kantoorgenoten in den Haag ook voor rechter en die kan je dus nog eens tegenkomen. Als PRDF iemand op straat zet ga je daar als Haagse advocaat niet tegenin.
Tot grote opluchting van de wederpartij stond de gedupeerde na 15 jaar procederen dan ook op het beslissende moment zonder advocaat/procureur. De wederpartij won de zaak dan ook glansrijk en de gedupeerde werd veroordeeld in de proceskosten. Oja, en geen rechter commissaris die zich afvroeg waar de gedupeerde en diens advocaat/procureur van PRDF was gebleven. Want ook in die kringen heeft men blijkbaar heilig ontzag voor het kantoor van de landsadvocaat. Een betrouwbare bron (een van de 20 Haagse advocaten) beweerde dat mw. Jongens bevriend was met de tegenpartij, maar u snapt het al, de nog betrouwbaardere mw. Jongens van PRDF ontkende dat natuurlijk.

Uiteraard werd er een klacht ingediend bij de Raad van Discipline tegen mw. Jongens die haar klant zo schofterig op straat had gezet. Maar het clubje overwoog toen:
"De Raad kan niet vaststellen of de opmerkingen van klaagster een reden waren om het vertrouwen op te zeggen. De Raad stelt wel vast dat de advocate het in haar beleving kennelijk genoeg vond en meende dat er geen goede basis meer was de behartiging van de belangen van klaagster nog voort te zetten, Gegeven de haar toekomende vrijheid mocht zij dan ook besluiten zich terug te trekken De Raad is van oordeel dat de belangen van klaagster daardoor in dit geval niet zijn geschaad nu er nog voldoende tijd was om een andere advocaat te zoeken. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond".
En het Hof van Discipline neuzelde in nog grotere wijsheide in hoger beroep: "De verweerster heeft de relatie met klaagster beëindigd omdat de noodzakelijk vertrouwensrelatie met klaagster was komen te ontbreken. Zij heeft dit naar het oordeel van het Hof op zorgvuldige wijze gedaan".

Kijk, dat soort uitspraken mis ik nu in uw selectie tenzij u van plan was om deze alsnog te publiceren zodat iedere advocaat kan zien dat tuchtrechtspraak in Nederland een complete farce is en dat je met de goede nestgeur in dit land straffeloos kan klooien en rotzooien wat je wilt, met en zonder befje.Het valt me van u als voormalig (kritisch?) columnist bij Vrij Nederland een beetje tegen dat u zich met dat juridisch geneuzel over zorgvuldigheid e.d. zo prominent inlaat, tenzij u echt naïef bent en inderdaad nog steeds niet begrepen heeft dat de ondertitel van mijn boekje een retorische vraag was.

Met vriendelijke groet,

P.P.M. Ruijs

pruys@wirehub.nl

Vorige brief Paul Ruijs

 

Inhoud | D.C.Lama| U Schreef | Archief | Service